Gisteren zijn we volop voor de natuur gegaan, vandaag kiezen we voor cultuur, architectuur, shoppinguur etc. Hiervoor hebben we Chambéry uitgekozen. In de brochures wordt Chambéry voorgesteld als de meest Italiaanse stad in Frankrijk.
We nemen de kortste en snelste weg, via de péage. Voor iets meer dan 20km, inclusief twee tunnels kost dit 4,2€ per traject. Onze GPS brengt ons naar een parking in de buurt van het oude stadscentrum. We mogen binnenrijden maar de parking staat propvol op een plaats voor gehandicapten en een plaats voor een Smartje na. Er zijn wel auto’s die af en toe wegrijden, maar dan zijn we telkens de tweede in de rij. Maar alles komt goed en na drie toeren staan we geparkeerd.
De beste manier om informatie te krijgen over de stad is via het “office de tourisme”. Na een beetje wandelen vinden we een eerste wegwijzer naar dit infokantoor. We moeten een beetje terug. De volgende wegwijzer is naar links en dan niks meer. Maar in het busstation kunnen ze ons helpen. In het Office de Tourisme worden we zeer goed geholpen met een plan en veel uitleg over de oude stad en zijn monumenten. De toer in de oude stad is ongeveer 2 km lang en op de grond ligt alle vijf meter een grote koperen nagel met een olifant erop.

De Chambériens zijn zot van hun olifanten. De olifantenmanie is het gevolg van een weldoener, Generaal de Boigne, Het is een hulde aan zijn vier oorlogscampagnes in India waar hij ook zijn fortuin heeft gemaakt (toen kon dat nog, nu heet dat corruptie, slavernij, uitbuiting….). Het belangrijkste monument van de stad is een fontein, een kolonne en een standbeeld met vier grote olifanten in een beeldhouwwerk samengebracht.

Maar we volgen dus de toeristische route uitgestippeld op de grond, en ook op een kaart. Er zijn veel pleinen met oude gebouwen, maar de meeste hebben nu een andere bestemming Oude chique residenties doen nu dienst als appartementen en veel geld wordt er aan het onderhoud niet gespendeerd. Er zijn veel oude gebouwen en straten die dringend een beetje (veel) oplapwerk nodig hebben. Het is actueel beter verkoopbaar om in natuur te investeren in plaats van in cultuur. Op de Place du château staat er natuurlijk een kasteel. In de 13de eeuw kocht de Graaf van Savoie dit gebouw. In de 16de eeuw verhuizen ze naar Turijn maar in Chambéry blijft hun administratie (Vandaar de verwijzing naar de meest Italiaanse stad).

Zoals in Lyon zijn er ook traboulées maar in een veel slechtere staat, vooral grijs en donker en vies.

Er zijn ook een paar mooie trompe l’oeil die door de toeristische dienst in de hemel geprezen worden maar daar onder en tegen staan de verzamelde vuilniscontainers van de wijk, kon beter.

Natuurlijk passeren we ook langs “het” monument “ de fontein met 4 olifanten”. Er is veel symboliek maar niet alle kunstkenners vinden het mooi.
Het inwendig uurwerk begint te grollen en het is dus tijd om in een Italiaanse stad langs te gaan bij een Italiaan. De wereld is klein. We worden bediend door een Italiaanse Belg uit Charleroi (zijn ouders wonen er nog) die elk jaar in Januari drie weken verblijft in Mariakerke. De ossobuco en de gelatti waren heerlijk en brachten ons dan toch nog in Italiaanse sferen. In de namiddag brengen we nog een bezoekje aan de Kathedraal.

De binnenkant van de Kathedraal is in 1830 door de schilder Vicario volledig beschilderd met trompe l’oeil zowel de muren als het plafond, een echt kunstwerk. Het is zeer misleidend, je zou kunnen zeggen dat deze kerk een grote leugen is!

Via het stadhuis komen we terug bij onze startplaats.
De terugreis gaat vlot en er is nog voldoende tijd over om van het zwembad te genieten. In het buitenzwembad is het water warm en in het binnenzwembad is het koud!